Is Reusel symptomatisch?



gelezen op de weblog van pastoor Mennen (www.mennenpr.nl).

hier valt geen enkel woord op af te dingen!


Al eerder heb ik geschreven dat de luidruchtigen in onze parochies meestal niet de trouwste parochianen zijn. Wil een priester na jarenlange scheefgroei in een parochie de liturgie weer een beetje in het katholieke gareel brengen, dan stoot hij geheid op massieve tegenstand van de “officials” in de parochie. Hij kan proberen uit te leggen wat hij wil, hij kan kerkelijke documenten van allerlei aard citeren, het zal niet helpen. Want het enige argument van de “officials” is: “wij zijn het hier anders gewend” en “u jaagt de mensen de kerk uit”. De krant wordt ingeschakeld en die is altijd automatisch op de hand van de “officials”, bestempelt steevast de pastoor als “aartsconservatief” en de “officials” als slachtoffers en dat gebeurt allemaal op zodanige wijze dat de meeste mensen die de pastoor niet van nabij kennen besmet worden met anti-pastoor-virus en dat is ook de bedoeling van de “officials”. Iedereen wordt aangemoedigd ingezonden stukken in de krant en liever nog brieven aan de bisschop te schrijven. Tussen twee haakjes: weet u wat voor mensen die officials meestal zijn? Zij worden gekenmerkt door een lage kerkbetrokkenheid, dat wil zeggen: de wekelijkse eucharistie is voor hen niet zo van belang , laat staan vroomheidsoefeningen zoals aanbidding en rozenkransgebed. Ze vinden dat laatste maar rare voorbije hobby’s van de (nieuwe) pastoor. Ze houden vooral van “iets doen”. Ze zijn in de kerk als ze woord-en-communiediensten kunnen leiden, als ze lector zijn, als ze meewerken aan de voorbereidende vieringen van de eerste communie, of als het koor waarvan ze lid zijn (het is zo gezellig) moet zingen (niet wat de pastoor vindt, geen psalmen, nee, daar houden wij niet van).

We hebben de laatste twintig, dertig jaar in ons bisdom nogal eens van die voorvallen in parochies gehad. Dat had enerzijds te maken met een liturgisch verziekte situatie die pastoors in de zeventiger en tachtiger jaren in hun parochies hadden laten ontstaan en anderzijds met een nieuwe lichting jonge priesters die op het St.-Janscentrum opgeleid was in de juiste postconciliaire liturgie met een afschuw voor alle misbruiken die afbreuk doen aan de waarachtige eredienst. Deze priesters werden door de bisschoppen ter Schure en Hurkmans gesteund. Deze bisschoppen stonden achter de priesters van wie ze wisten dat ze hen in kerkelijke zin konden vertrouwen. Soms was die steun niet stevig genoeg, maar toch… Na lange jaren van hoop op verbetering werden soms ook knopen doorgehakt zoals bij de San Salvator in Orthen die totaal van de katholieke Kerk was weggedreven. Na eindeloos overleg in Best werd niet gezwicht voor de eigenzinnigheid van een pastoor en een diaken die de zelfstandigheid van de parochie duidelijk misbruikten als voorwendsel voor heterodoxe opvattingen.

Die tijd lijkt in ons bisdom voorbij. Met de nieuwe bisschop zijn we aanbeland in de tijd van “verbinding” en van “bruggen bouwen” en dat betekent vooral geen tegenstellingen. En wie krijgen dan automatisch gelijk, naar wie wordt het meest geluisterd? Naar de schreeuwers! Want als die stil en tevreden zijn, is alles weer rustig. Die brave parochianen: die zijn per definitie rustig. Van hen heeft een bisschop geen last. En de betrokken priester staat in de kou, raakt gefrustreerd en zoekt als hij kan een veilig heenkomen. En andere priesters kijken wel uit voor ze de confrontatie aangaan, doen compromissen waarin ze eigenlijk niet geloven en wachten cynisch op hun pensioen ….

Pastoor Karel van Roosmalen gaat met pensioen. Het mag zijn dat hij bepaalde praktische dingen niet altijd even tactisch aanpakt en misschien soms zelfs bot is maar zijn misbezoek is, gezien de ernst der tijden, niet slecht. Er zijn geen klachten over zijn sacramentele en priesterlijke bediening. De leider van de oppositie die de mensen voor de demonstratie tegen de pastoor heeft opgetrommeld en nu de vlag uitsteekt, is er trots op dat hij nooit in de kerk komt. Hij spektakelt, de bisschop erkent dat er geen gronden zijn om in te grijpen maar de pastoor voelt zich toch inhoudelijk zo weinig door de bisschop gesteund dat hij ontslag neemt en kerngezond met pensioen gaat. En wie zijn de dupe? Niet de organisator van de rellen, niet de meelopers. Die hebben waarschijnlijk geen pastoor nodig. Die zoeken wel iemand die iets in de kerk voor hen doet, als het een keer nodig is. De dupe zijn de trouwe kerkgangers, de brave katholieken die binnenkort geen eucharistie meer hebben op zondag. Voor hen is dat met een woord- en communiedienst niet op te lossen.

En wat gebeurt er in parochies waar er misbruiken zijn in de liturgie, waar de pastoors “uitvaarten op maat” aanbieden tegen de geest en de regels van de liturgie in, waar de mensen in het parochieblad met regelrechte ketterijen geconfronteerd worden? Niets, want mensen, die zich hierdoor geschoffeerd voelen, klagen niet in krant en zouden daar trouwens weinig gehoor vinden. En daarom doet het bisdom niets. Rust betekent namelijk verbinding, denkt men daar.

En de bisschop….. Hij wordt in de kranten geprezen om zijn “begrip” en “pastorale” aanpak.

18 oktober 2017
Feest van de H. Lucas, evangelist