Huiszoekingen in aantal Vlaamse bisdommen



en het gerecht gaat maar door...

De federale gerechtelijke politie heeft huiszoekingen gehouden in de bisschopshuizen van Antwerpen, Hasselt (vanmorgen) en Mechelen (vanmiddag). De huiszoekingen vonden plaats in het kader van de Operatie Kelk. Daarbij werden telkens enkele dossiers met betrekking tot seksueel misbruik in beslag genomen. De huiszoeking gebeurde op vraag van Brussels onderzoeksrechter Wim De Troy. Onderzoeksrechter De Troy zelf en federaal procureur Johan Delmulle waren persoonlijk aanwezig bij de huiszoeking in Hasselt. Op de vraag naar het motief voor de huiszoekingen antwoordde federaal magistrate Lieve Pellens dat gezocht werd naar persoonlijke dossiers van welbepaalde verdachte geestelijken.

Olivier Lins, woordvoerder van het bisdom Antwerpen bevestigde vanmiddag dat parket en politie vragen hadden gesteld over bepaalde dossiers en dat een aantal van die dossiers ook daadwerkelijk is meegenomen. Hij onderstreepte dat het bisdom Antwerpen bereid is mee te werken met Justitie, maar tegelijk de slachtoffers niet in de kou wil laten staan. Om zijn eigen werk te kunnen voortzetten, heeft het bisdom daarom aan de onderzoekers gevraagd om over een kopie van de opgevraagde dossiers te kunnen beschikken.

Clem Vande Broek, de woordvoerder van het bisdom Hasselt, verklaarde dat de speurders vier dossiers over seksueel misbruik door geestelijken hebben meegenomen. Twee van de betrokken geestelijken zijn al overleden. Vande Broek beklemtoonde dat zijn bisdom helemaal niets te verbergen heeft. Hij verzekerde dat het bisdom een dossier bijhoudt van elke klacht en melding waarin perfect kan worden teruggevonden welke informatie wanneer aan Justitie is overgemaakt. Alle meldingen van mogelijk misbruik zijn volgens Vande Broek consequent behandeld en naar Justitie doorgestuurd.

Volgens Jeroen Moens van het aartsbisdom Mechelen-Brussel was het de speurders tijdens de huiszoeking in het aartsbisschopshuis in Mechelen om vooral oude dossiers, de meeste uit de jaren 1950, te doen. Het grootste gedeelte van de betrokken geestelijken is dan ook al overleden.

bron: KerkNet