
■ KerkNet ■ In een arrest in kortgeding oordeelt de Raad van State dat het verbod op erediensten als onderdeel van de coronamaatregelen te ver gaat.
Twee Antwerpse synagoges en evenveel leden van de joodse gemeenschap dienden op 4 december een verzoekschrift in waarin ze ‘bij uiterst dringende noodzakelijkheid’ de opheffing van het verbod op erediensten vroegen. Ze argumenteerden dat er sprake is van een schending van de godsdienstvrijheid gezien de maatregelen een nationaal verbod opleggen op de collectieve uitoefening van de eredienst, met daarop slechts een zeer beperkt aantal uitzonderingen.
De Raad van State oordeelde gisteren dinsdag dat in het licht van de versoepelingen van de maatregelen van 28 november en de ernstige inperking van de godsdienstvrijheid de huidige maatregelen disproportioneel zijn. D.w.z. niet evenredig met het nagestreefde doel, namelijk het indammen van de pandemie. Op het eerste gezicht komt het niet proportioneel voor dat de overheid zelfs niet in de mogelijkheid heeft voorzien om de collectieve uitoefening van de eredienst ten minste, bij wijze van uitzondering en onder voorwaarden, te laten doorgaan in bepaalde gevallen, eventueel enkel op aanvraag met opgave van plaats en tijdstip, staat te lezen in het dinsdag gepubliceerde arrest.
De Raad van State stelt dat de overheid ten laatste op (zondag) 13 december de betrokken artikelen van het ministeriële besluit van 28 oktober inzake ‘de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken’ zoals gewijzigd door de ministeriële besluiten van 1 en 28 november 2020 vervangt door maatregelen die de collectieve uitoefening van de eredienst niet onevenredig beperken.
Vandaag was er een overleg tussen minister van Justitie Vincent Van Quickenborne en vertegenwoordigers van de erkende erediensten. Op twitter liet minister Van Quickenborne al weten dat hij op zoek wil gaan naar een juist evenwicht tussen godsdienstvrijheid en volksgezondheid. In een nieuw voorstel zouden erediensten opnieuw mogelijk zijn met een maximum van 15 personen per plechtigheid (en maximum 1 persoon per 10 vierkante meter). De Kern en het Overlegcomité moeten het voorstel wel nog bevestigen.